De Hollanders – kies mee!

| Aluin

Welke toneelstukken behoren tot de canon van het Nederlandse oertoneel?

In december 2019  komt het nieuwe toneelstuk De Hollanders uit van Theatergroep Aluin. In sneltreinvaart neemt Aluin het publiek mee in de kraamkamer van het Nederlandse toneel. Engeland heeft Shakespeare, Frankrijk heeft Moliere, maar wie hebben wij eigenlijk? Dat bepaalt Aluin in samenwerking met liefhebbers en specialisten: welk toneelstuk van voor het jaar 1700 moeten we terugzien in De Hollanders?

Luister hier het interview met schrijver Erik Snel terug op NPO Radio 1 – De Taalstaat voor meer context.

Theatergroep Aluin is voortdurend bezig met het voor een groot publiek toegankelijk maken van klassiek repertoire en de tijdloze verhalen in ons cultureel erfgoed (zoals de vaderlandse geschiedenis, de bijbelverhalen, de grote oude boeken, etc.) Kortom: alle verhalen die de basis vormen van ons cultureel bewustzijn en die een rol spelen in onze algemene ontwikkeling. Literatuur, beeldende kunst, film, het leven zelf, alles krijgt meer licht en betekenis met de kennis van deze materie.

Zo wil Aluin nu het oude Nederlandse toneel belichten. Wie is onze Shakespeare, onze Molière? Is dat Vondel? Is het Bredero of P.C. Hooft? En betekent dit werk nog wat? Leeft het nog?

Aluin heeft zes toneelstukken al gekozen, de selectie is hieronder te zien. In deze lijst van oude werken, van de Abele spelen t/m Vondel, van de Middeleeuwen tot de ‘Gouden’ Eeuw, is nog ruimte voor een toneelstuk. Uiteindelijk wordt De Hollanders een voorstelling waarin  zeven oude stukken in een uur gespeeld worden. Aluin zoekt naar het Nederlandse oertoneel: toneelstukken die gemaakt zijn voor het jaar 1700.

De gehele selectie:

  1. Anoniem: De Abele spelen (1400)
  2. Anoniem: Mariken van Nieumweghen (1518)
  3. Anoniem: Elckerlyc (1496)
  4. C. Hooft – Warenar (1617)
  5. A. Bredero- De Spaansche Brabander (1618)
  6. Joost v/d Vondel – Lucifer (1654)

 

Kies mee

Schrijver Erik Snel heeft nog ruimte voor één toneelstuk, er zijn drie stukken waar hij nog over twijfelt. Welke van deze stukken zou echt niet moeten ontbreken? Of is er nog een toneeltekst die we überhaupt over het hoofd zien?

Welke van de volgende drie?
-Constantijn Huijgens – Trijntje Cornelis (1653)
Een stel van boven de rivieren bezoekt Antwerpen met hun vrachtscheepje. Door een prostituee en haar minnaar wordt de vrouw dronken gevoerd, beroofd en uitgekleed. De volgende dag neemt de schippersknecht de daders te grazen.
-Willem Godschalck van Focquenbroch – Liefde in ‘t Lazarushuis (1670)
Een man die denkt een misdaad gepleegd te hebben wil ontkomen aan zijn straf en trekt in in een gekkenhuis. Daar blijkt het vergeven te zijn van mensen die een veilig onderkomen zoeken. Ondertussen is iedereen op zoek naar de liefde maar het is onduidelijk wie er echt gek is en wie dat speelt.
-Jan VosAran en Titus (1641)
Een gruwelijke moord- en geweldstragedie, een horrorstuk met geesten en kanibalisme, destijds een kaskraker, gebaseerd op het werk van de Romeinse schrijver Seneca. Het personage Titus Andronicus is ook bekend van Shakespeare.

Mail uw suggestie, voor vrijdag 21 juni 2019, naar aluin@aluin.nl onder vermelding van ‘nederlands oertoneel’. Een korte motivatie is daarbij erg welkom, zeker als het een stuk betreft wat nog niet op de lijst staat!