Achtergrond: de personages uit De Vaderlandse Oorlog

| Aluin

Op veler verzoek, na de voorstellingen die we speelden door het land en in Theater Kikker, plaatsen we hieronder de teksten over de personages uit ‘De Vaderlandse Oorlog’. Bij elk portret van de acteur stond een tekst met een korte samenvatting van het personage.

Johan van Oldenbarnevelt (gespeeld door: Boris van Bommel)
Johan, geboren in Amersfoort (1547) als zoon van een omstreden koopman, vertrok naar Delft om zich aan te sluiten bij de verzetsgroep van Willem van Oranje. Hij werd advocaat en later raadspensionaris van Holland in de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een geliefd staatsman en diplomaat, die na de dood van de vader des vaderlands intensief samenwerkte met Maurits om de Republiek te bestuderen. In de politieke arena van de staat was hij de spil waaromheen de besluitvorming plaatsvond. Logisch, want Holland bracht van alle provinciën bij elkaar het meeste geld op voor de Republiek. Johan was vredelievend, maar ook autoritair, koppig en nukkig. Hij was rationeel en vaarde op het kompas van de Republiek zoals het in zijn hoofd zat. Dit idealisme werkte hem tegen naarmate de spanning tussen de burgerbevolking van het land steeg.

Maurits van Nassau (gespeeld door: Jilles Flinterman)
Ontwikkelen in de letterlijke zin van het woord. Dat is wat Maurits deed in de periode vanaf het moment dat het “staakt het vuren” inging in het jaar 1609. Als zoon van de Vader des Vaderlands genoot hij een adellijke opvoeding bij zijn familie op kasteel Dillenburg. Op Maurits’ achttiende verjaardag, in 1585, werd hij benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland. In die functie was hij vertegenwoordiger van die provincies, kon hij regenten in steden benoemen en gratie verlenen aan veroordeelden. Als gevolg van de burgeroorlog die uitbrak in de Nederlandse Republiek verlegde Maurits de focus van het zijn van een legeraanvoerder naar zijn positie aan het Koninklijke Hof. Hij wilde leiding geven aan de bevolking van de Republiek. Hij stond aan het roer van het volkje dat de katholieken had verdreven. Het was aan hem om de eenheid van de Republiek die naderhand was ontstaan door te zetten. Hij had zijn roeping gevonden. Dit viel echter niet bij iedereen in goede aarde. ‘Eens wordt de stek een boom’ was zijn lijfspreuk, zijn persoonlijke ontwikkeling en het aanzien dat hij daarmee verwierf groeiden met de jaren.

Jan Francken (gespeeld door: Hiske Eriks)
Sommige mensen zijn zo aardig, zo lief, zo toegewijd en zo eerlijk dat ze een standbeeld verdienen. Jan Francken, huisknecht van Johan van Oldenbarnevelt, was zo iemand. Zoals de raadspensionaris zelf eens zei ‘ik vertrouw Jan als mijzelf’. De twee heren waren vier handen op een buik, tot aan het moment waarop de beul zijn bijl liet vallen waren ze samen. Zijn bezorgdheid om zijn meester is ontroerend. Tevens is hij een beetje klungelig van aard, wat het niet erg maakt wanneer hij een klein foutje maakt. Behalve wanneer het Oldenbarnevelt zelf ook teveel wordt, dan krijgt ook Jan het af en toe zwaar te verduren. Het afscheid tussen de twee was tragisch. ‘Maak het kort, maak het kort,’ zei Oldenbarnevelt. Meer woorden deden hem te veel pijn. Hoe we dat weten? De dagboeken van Jan Francken zijn goed bewaard gebleven door de tijd heen en nog steeds in vertaling terug te lezen!

Gerard Both (Klaas Postmus)
Het personage Both is geïnspireerd op Pieter-Cornelis Hooft (Amsterdam 1581-Den Haag 1647). Hooft was romanticus, dichter, toneelschrijver en historicus. In 1628 begon hij aan zijn levenswerk De Nederlandse Historiën. In deze indrukwekkende reeks boeken beschreef hij de geschiedenis van het ontstaan van de Republiek en de positie van de Republiek tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Verder lag zijn hart in de literatuur, geïnspireerd door zijn reis naar het renaissancistische Italië. Hooft wordt gezien als de eerste moderne dichter in de Nederlandse taal, maar was ook een vooraanstaand historicus aan het hof van zijn tijd. Opvallend in zijn oeuvre zijn de vele gedichten die gerelateerd zijn aan de vele romances die hij had voordat hij trouwde. Het gedicht mijn lief mijn lief mijn lief, zo sprak mijn lief mij toe is zeer representatief voor zijn romantische karakter. Hieronder leest u het gehele gedicht, de versie uit 1609. Een vrije interpretatie van de oud Nederlandse tekst is geoorloofd:

Mijn lief, mijn lief, mijn lief; soo sprack mijn lief mij toe,
Dewijl mijn lippen op haer lieve lipjes weiden.
De woordtjes alle drie wel claer en wel bescheiden
Vloeiden mijn ooren in, en roerden (‘ck weet niet hoe)
Al mijn gedachten om staech maelend nemmer moe;
Die ‘t oor mistrouwden en d woordjes wederleiden.
Dies ick mijn vrouwe bad mij claerder te verbreiden
Haer onverwachte reên; en sij verhaelde’ het doe.
O rijckdom van mijn hart dat over liep van vreuchden!
Bedoven viel mijn siel in haer vol hart van deuchden.
Maer doe de morgenstar nam voor den dach haer wijck,
Is, met de claere son, de waerheit droef verresen.
Hemelsche Goôn, hoe comt de Schijn soo naer aen ‘t Wesen.
P.C. Hooft, 1609

Margaretha van Mechelen (gespeeld door: Maxime Vandommele)
Margaretha van Mechelen (1580-1662) was dochter van Barbara van Nassau, de katholieke bastaardtak vanuit de Bredase tak van de familie. Ondanks haar katholieke achtergrond was zij van 1600 tot 1610 de maîtresse van toen nog graaf Maurits van Oranje. Samen kregen zij drie kinderen, Lodewijk, Maurits en Willem. Maurits en Margaretha zijn nooit getrouwd, tot Margaretha’s grote verdriet. Haar katholieke achtergrond deed Maurits twijfelen, gezien zijn rotsvaste protestante geloof. Zij was zijn ‘Papenkont’, hij bleef bij haar onder het mom van ‘wel de lusten niet de lasten’. Ook behoorde ze tot de lage adel. Margaretha was redelijk vermogend. Zij bezat onder andere onroerend goed in Bergen op Zoom, Den Haag, Lier, Oegstgeest, Oudshoorn en Rijsbergen. In het Haagse kohier van de vijfhonderdste penning van 1627 werd ze aangeslagen voor zeventig pond, hetgeen betekende dat haar vermogen toen op 35.000 gulden werd geschat. Maurits zorgde voor haar bij zijn leven en droeg ook zorg voor haar welzijn na zijn dood. De uitkering van Margaretha’s jaargeld werd echter in 1634 stopgezet. Uit notariële akten blijkt dat haar zonen als minderjarigen grote schulden maakten en dat Margaretha die vervolgens moest aflossen. Ook haar kleinzoons schoot zij meermalen te hulp bij het afbetalen van schulden. Op 17 mei 1662 overleed Margaretha in Den Haag. Ze werd begraven in de Pieterskerk in Leiden.

Simon Specks (gespeeld door: Hiske Eriks)
Sluwer dan de sluwste vos, slinkser dan de slinkste sfinx. Maak kennis met Simon Specks. Deze slimme onderhandelaar in zijn lange rode jas is overal waar je hem niet wil tegenkomen. Hij speurt je op, verleidt je, manipuleert je en verdwijnt in de menigte. Het Nederlandse volk laten vechten voor het pure geloof zoals zij zich hebben onderscheiden van de katholieken is zijn hoogste prioriteit. Hiervoor gaat hij, over lijken, de Machiavelli van zijn tijd. Specks laat zich door niets of niemand tegenhouden om zijn doelen te bereiken. Bijna gewetenloos verzint hij een strategie die bepalend zal zijn voor de spanning in de relatie tussen Johan van Oldenbarnevelt en Prins Maurits. Specks is geen echt historisch personage, maar is de personificatie van de druk van de contraremonstranten (de preciezen) die op Maurits werd uitgeoefend.

De Staten-Generaal (gespeeld door Hiske Eriks, Klaas Postmus en Maxime Vandommele)
De Staten-Generaal van de Nederlanden waren tussen 1464 en 1795 een politiek orgaan waarin afgevaardigden van de Provinciale Staten van de gewesten van de Nederlanden samenkwamen. Ze vormden oorspronkelijk een vergadering van vertegenwoordigers van de Staten of standen van de zeventien provincies, die door de Bourgondische en later de Habsburgse landsheer werden samengeroepen wanneer zij in geldnood zaten. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog splitsten de Staten-Generaal in een opstandige noordelijke vergadering en een zuidelijke pro-Spaanse vergadering. Na de onafhankelijkheid van de Republiek die toen nog uit zeven provinciën bestond groeide de rol van de Staten-Generaal in de Noordelijke Nederlanden, en werd ze het hoogste machtsorgaan van het land. De vergadering bestond uit afgevaardigden van de provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Gelre, Friesland en Groningen. Drenthe leverde te weinig op om mee te mogen doen en Brabant was te katholiek en te pro-Spaans. Binnen de zeven staten was wel een scheiding tussen de zee- en landstaten, de periferie en de stad. De spreuk waar vanuit gewerkt werd was ‘Concordia res parcvae crescunt’. Dit betekent: door eendracht groeien kleine zaken, ofwel Eendracht Maakt Macht. Dit streven wierp zijn vruchten af, gezien de handelsmonopolie van de VOC destijds.

Anna van Saksen (gespeeld door: Hiske Eriks)alleen in 1609 Staakt het vuren
Anna van Saksen (1544-1577) was de tweede echtgenote van Willem van Oranje en moeder van Maurits. In de periode waarin haar zoon in tweestrijd zat tussen gehoor geven aan de bevelen van Johan van Oldenbarnevelt en het volgen van zijn eigen gedachtegoed over de binnenlandse strijd, komt Anna regelmatig spoken in Maurits’ dromen. Op deze manier voorziet zij hem ook na haar dood van welgemeend en goedbedoeld advies. Als enige erfgenaam van haar vader was haar rijkdom groot en was zij erg in trek bij grote vorstenhuizen door heel Europa. Ondanks haar hoge positie in de adel ging zij in op het verzoek van Willem van Oranje die om haar hand vroeg. Of het echte liefde was of noodzaak om de schatkist te spekken om oorlog te kunnen voeren tegen Spanjaarden zullen we nooit precies weten, maar het stel trouwde. Helaas was het huwelijk er niet een uit een sprookjesboek. Op 14 december 1571 werd Anna gedwongen in te stemmen met een scheiding. Anna werd vervolgens krankzinnig verklaard. Haar kinderen werden haar afgenomen en de resterende tijd van haar leven bracht ze door in een dichtgemetselde kamer in het paleis van de Saksische keurvorst in Dresden. Ze stierf daar aan uitputting.