Speech Erik Snel ter gelegenheid van 25 jaar Aluin

| Aluin

25 jaar Aluin.

Welkom lieve mensen in Villa Concordia. Fijn dat jullie op onze verjaardagsfeestje zijn gekomen.
Dankzij de gemeentesubsidieaanvraag voor de komende vier jaren en dankzij een heel druk winterprogramma is ons feestje een beetje ondergesneeuwd. Vandaar dat we deze verjaardag beschouwen als de aftrap van het jubileumjaar.
25 jaar Aluin. Dat is inmiddels bijna mijn halve leven.
En aangezien ikzelf de enige ben die al deze jaren heeft meegemaakt, ga ik me ook niet voorstellen.
Wie mij niet kent is een introducee.
Niks mis mee, maar je vraagt met Pasen ook niet wie die haas is.
25 jaar Aluin.
Wie had dat gedacht?

1991.
De golfoorlog tegen Irak is begonnen met operatie Desert Storm. Politieagenten mishandelen Rodney King. Het is het begin van grote rassenrellen in Amerika.
De Sovjetunie onder leiding van Boris Jeltsin valt uiteen. Alle staten roepen één voor één de onafhankelijkheid uit.
Twee Duitse toeristen ontdekken Ötzi, de oudste Europese Mummie. Miles Davis overlijdt aan een hartaanval.
Johan Cruijff krijgt ook een hartaanval. Hij stopt met roken.
De eerste aflevering van de Jerry Springer show wordt uitgezonden in Amerika
Het Vlaams Blok breekt door in Vlaanderen.
Freddy Mercury overlijdt aan AIDS.
Utrecht speelt tegen Real Madrid voor de UEFA cup en komt zelfs op voorsprong.
Tim Berners-Lee bedenkt het World Wide Web.
Smells like Teen Spirit van Nirvana bestormt de hitparades.
We zitten in het derde kabinet Lubbers.
De OV kaart voor studenten wordt gelanceerd. Iedereen is tegen.
De film Silence of the Lambs wordt een succes.
Aluin speelt op 30 januari haar eerste voorstelling in het akademietheater in Utrecht onder het motto: Aluin doet HET.
Ik was 28, Frank Meijers 24 en Gabby Bakker 22 jaar oud. En Victorine had net haar kerstrapport gekregen in VWO 4.
Frank en ik zaten in het derde jaar van de vrije studierichting regie en we hadden maar weinig les. We vulden de tijd naast het parttime-lesrooster met werken op school, achter de bar, in de techniek en op de administratie en publiciteit van het akademietheater. Kortom we ondergingen een all-round Theateropleiding. En nog hadden we tijd over. Dus we gingen toneelstukjes maken. En omdat we dat leuk vonden moesten we maar een naam bedenken voor een theatergroepje. En als jongens een naam gaan bedenken voor hun clubje dan kan dat wel eens lang gaan duren. Eén afgekeurde naam weet ik nog – geen idee waarom- Les Enfants du Paradox. Te lang en te elitair. Het moest kort zijn en met een A beginnen. Dan zat je alfabetisch altijd vooraan.

Het werd Aluin. Aluin stelpt het bloed en prikt. Dus werd de ondertitel: bloedstollend en prikkelend. Later voegde de vader van Gabby daar nog aan toe: “Zuiverend”.
Kortom, we hadden duidelijk een missie. We wisten alleen nog niet welke dat was. In elk geval veel spelen.
Zo stond dat ook in de statuten van de stichting die we hadden opgericht bij Notaris Grafhorst. Oprichtingskosten: een bos bloemen en een storting op de giro van een goed doel. De stichting werd in losse, geestige en vaderlijke stijl bestuurd door Peter Verboven.

In 1991 was Utrecht een artikel 12 gemeente en stond dus onder curatele van het rijk. De HKU heette voor het laatste jaar nog Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar. Er was nauwelijks theater in Utrecht. Er was nauwelijks iets te doen in Utrecht. Er waren bijna geen terrasjes, geen koffietentjes, op het hele Janskerkhof was geen kroeg te bekennen. Het waren de donkere middeleeuwen.
Utrecht was een zwart gat en als je iets wilde schrok men zich een hoedje.

Dat had ook voordelen. Er waren weinig formele protocollen. Als je een plan had dan liep je naar de Neudeflat en dan ging je bij Martha Terstegge langs. Zij was van Culturele zaken en had een portemonnee met 7500 gulden in de la van haar buro.
Meestal kreeg je hier wel wat van want er was verder niemand die een beroep deed op de inhoud.

Aan het begin deden we echt maar wat. En de docenten ook. Ik weet nog dat ze zeiden na HET, een hele mooie tekst van Discordia n.a.v. The Beast in The Jungle van Henry James:
“Leuk hoor, maar kun je ook beeldend theater maken”. En na de tweede voorstelling ‘Minder dan Niks’ – een soort bombast van apocalyptische beelden – zeiden ze: “kun je ook teksttoneel maken?”.

We zaten op een opleiding die er nog niet was in een stad die er nog niet was. Dan is het niet zo moeilijk om op te vallen. Het was heel erg leuk om aan het begin van iets te staan. De HKU begon en Utrecht, theaterstad, begon.

Niet meer denkbaar dat dat er ooit niet was. We konden aansluiten bij groepen als ’t Barre Land en Growing Up In Public, die iets volwassener waren en beter op de hoogte. We leerden van Willibrord Keesen wat dramaturgie was en met z’n vieren werden we De Baksteen, het eerste vakbondje voor Utrechtse vlakkevloeren-theatergroepen, aangevoerd door Peter Zonderland en Harm Lambers.

We produceerden ons helemaal gek want we waren met drie regisseurs. Frank, ik en Peter Burmanje, die het hele oeuvre van Alex van Warmerdam al had geregisseerd op de docentenopleiding en die na het zien van HET de plechtige woorden sprak: Al moet ik de eerste vijf jaar alleen lampjes indraaien, ik wil bij jullie.
Na de eerste paar jaar hadden we al 10 totaal verschillende voorstellingen gemaakt. Soms goed, soms raar, soms slecht. Vaak in het Akademietheater, vaak in theatercafé de Bastaard, later in electriciteitshuisje Theater Kikker en altijd in combinatie met een drankzuchtige nazit.

Al die voorstellingen hadden weinig met elkaar gemeen. Ja, dat ze onder de vlag van Aluin uitkwamen. En ze hadden ook bijna allemaal een bar op het toneel. Dat hebben ze nog steeds, trouwens. En er werd gerookt. Heel veel gerookt. Er was altijd wel een excuus om een personage te laten roken. De coulissen werden alleen maar tegen brand geïmpregneerd omdat er zo krankzinnig veel gerookt werd. En gedronken. Theater is Dionysisch en Dionysos is de god van de roes. Rokende en drinkende en snuivende mensen. Die uiteraard allemaal naar de klote gingen. Terwijl er een rookmachine stond te brullen. Daar kreeg je mooie lichtbundels van. Dat leerden we van Claus, die ook al een heel leven licht voor ons maakt. Nou, dat was zo’n beetje onze stijl. Jammer was wel dat alle andere kleine groepen als Dood Paard, ’t Barre Land en Stan ook altijd rokende, drinkende, snuivende mensen opvoerden die naar de klote gingen.

We brachten deze personages naar alle uithoeken van het land. Zo mochten we drie weken lang in de bovenzaal staan van de stadsschouwburg van het stadje Amsterdam. Met Less Than Zero. Omdat we samenwerkten met de illustere Griekse docent Theatervormgeving Apostolos Panagopoulos.
Hij had connecties en zo kwamen we daar terecht. Drie weken in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Geen gek begin. Dachten we. Na een week kwam de brandweer binnen omdat we de rookmachine zo hoog hadden afgesteld dat het Nationale Toneel in de grote zaal elkaar op de vloer niet meer kon zien. Na twee weken werden we eruit gezet omdat de hoeveelheid bezoekers toch een beetje tegenviel. In de derde week zou Gerardjan Rijnders komen kijken. Ik liep op dat moment een kijkstage bij Toneelgroep Amsterdam en moest de volgende dag uitleggen waarom hij voor een dichte deur stond.

Mijn carrière ging sowieso als een komeet. Een volkomen stuurloze komeet. Ik mocht op audiëntie bij Mug met de Gouden Tand. Op voorspraak van Jan Ritsema, mijn gecommiteerde bij het afstuderen.
Na 3 dagen pijnlijk richtingloos repeteren zijn we uit elkaar gegaan.
De voorstelling is heel succesvol geworden. Zonder mij. Hij heette Onder Controle.
‘s Avonds kwam ik terug in Utrecht om in de Bastaard naar onze eigen Oidipoes te kijken. Met Frank, Gabby, Isabella en Loek.
We hadden met elkaar afgesproken dat we vier jaar lang bij elkaar zouden blijven om uit te vinden of we iets te melden hadden en of we uiteindelijk betaald werk in het theater zouden vinden.
Toen kon je nog jaren in de bijstand zitten en steeds weer vrijwilligerswerk aanvragen, zodat je gewoon door kon met je clubje. Ondenkbaar in deze tijd waarin zelfs ZZP-ers worden ontmoedigd.

We werden binnengehaald bij Kikker, mochten meedoen met een regieweek “Heiner Müller- Beeldbeschrijving”.
Schitterend stuk. We begrepen er geen Jota van.
We wilden niet graag doen alsof we het wel snapten, dus we hebben de halve voorstelling met gefronsde wenkbrauwen gespeeld. Dat was oprecht leuk.
Heel leuk was ook Zwarte Mis.
Een ode aan de duivel met veel bloot.
Ik mocht Jezus spelen en werd verzopen in een teil met water.
Toen werden we ontdekt door Rob Klinkenberg die de baas was van Fact in Rotterdam.
Hier maakten we de super-geengageerde voorsteling: Dissidenten. Over verzetsstrijders tegen de dominantie van het platte amusement. Dit was ook gelijk het einde van het eerste collectief.
We hadden weliswaar bewezen dat we betaalde theatermakers waren geworden maar wat we te melden hadden, daar werden we het niet over eens.
Na een paar jaar van wisselende contacten ontstond het 2e collectief met Marcel, Dennis, Maaike, Arend en… Gabby, die na drie jaar weer terug kwam.
We kregen voor het eerst een eigen ruimte. Aan de Gruttersdijk.
Een parkeergarage waar we zelf de gipswanden in hadden gezet op het formaat van de kleine en toen nog enige zaal van Theater Kikker.
Ons kantoor in de personen van Marie-Hélène, Gérard en later Gerlofke en Ronald werd er helaas compleet depressief, want er waren maar 2 piepkleine raampjes.
Wij theatermakers waren wel gewend om als mollen in kunstlicht door het leven te gaan.

We ontwikkelden een eigen stijl Klassiekers van de Grieken en van Shakespeare. Afgestoft, uitgebeend en met humor en helderheid gespeeld.
Tot de dag van vandaag vinden mensen het merkwaardig dat ik Griekse tragedies grappig vind. En zo maak je als theatermaker eigenlijk vooral je afwijkingen te gelde.

Medea, Het Verhaal van Orestes, Julius Caesar. En een modern uitstapje: De Heilige Antonio. We kregen steeds vaker goeie recensies in deftige kranten en subsidie. Een enorme luxe. We ontvingen zelfs semistructureel geld van de gemeente Utrecht. Tot 2000. Toen vond de adviescommissie in Utrecht het welletjes. We kregen een negatief advies.
Ik weet niet meer of we het bijltje erbij neer wilden gooien, maar de stemming was bedrukt. Totdat Willibrord Keesen belde dat hij structurele subsidie van het Fonds voor de Podiumkunsten kreeg.
“Nou en, dachten we. Fijn voor jou”.
“Ja, maar jullie staan ook in het rijtje!”
Rik van der Ploeg liet duizend bloemen bloeien en Aluin was één van die bloemen.

Tussen 2001 en 2008 hebben we genoten van de onuitputtelijke geldstromen uit Den Haag en Utrecht. We hebben voorstellingen als Coriolanus, Putlucht, Maria Stuart, Hotel Midlife en Maandageditie gemaakt. We trokken in 2003 in dit Kalibratiecentrum van de NS, dat we Villa Concordia doopten. Onze voorzitter Peter Verboven bewerkte het lied Les Feuilles Mortes meerstemmig als Villa Villa Concordia en dirigeerde het eerste publiek tot grote muzikale hoogtes.

En toen was het 2008. We werden we er bij het Fonds uitgeknikkerd en raakten behoorlijk de kluts kwijt.
We gingen in een soort retraite en vroegen allerlei mensen uit diverse disciplines om een soort analyse van ons te maken.
Daaruit bleek dat mensen buiten het theaterveld ons belangrijk en inspirerend vonden en mensen binnen het veld ons – als mensen best aardig en als theatergezelschap ook best aardig, maar niet bijzonder. Altijd een 7. Nooit eens een 10 of een 3.
Aluin was iets, tsja, dat er wel was, maar waarvan je je niet zoveel afvroeg. Zoiets als de Albert Heijn, daar zeg je ook niet van: Da’s een interessante supermarkt, die moet je in de gaten houden.

Dat was een merkwaardig keerpunt in de lijn van Aluin.
Want wilden wij per se theater maken voor theatermakers? Nee, eigenlijk niet. We wilden een groter en breder publiek. En ook een ontvankelijker publiek. Meer geïnteresseerd in wat we spelen dan welke experimentele vorm we daarvoor kiezen.
Maar voorlopig waren we de kluts dus nog kwijt en vonden die pas weer terug met de komst van Victorine en de terugkeer naar de klassiekers in de vorm van de unplugged voorstelling.

Ik ben altijd erg jaloers geweest op muzikanten die hun gitaar, viool of trompet uit het koffertje halen en op elke plek kunnen spelen.
Waarom zouden wij theatermakers dat niet kunnen?
Waarom moeten wij in een volledig geoutilleerd theater staan, met een decor, met kostuums, rekwisieten en een lichtplan voordat we kunnen laten zien wat we kunnen? Een paar goeie acteurs, een mooie tekst en een heldere regie. En overal spelen. Unplugged, zoals Nirvana deed bij MTV. Voordat Kurt zijn eigen plug eruit trok. Terug naar de essentie. En dat gaan we dan bijvoorbeeld doen in huiskamers, dachten we. Er zijn ongeveer 7 miljoen huiskamers in Nederland dus tel uit je winst. Maar hoe kom je daar?

Een noodlijdend gezelschap met genoeg inhoud maar weinig marktgevoel heeft baat bij een niet aflatende cultuurondernemer als Victorine Plante. Wij hebben als Aluin een toegankelijke stijl. Dan moet je ook publiek daarvoor kunnen vinden. Victorine vindt dat publiek. Gesteund en gestimuleerd door ons bestuur onder de enthousiaste en zeer deskundige leiding van Marc van Kaam.

Zo kwamen we er gaandeweg achter dat er inderdaad een groot publiek is voor Aluin. Het aantal voorstellingen groeit van 30 in 2010 naar 300 in 2014 en is gemiddeld 250 de laatste 4 jaar. We spelen voor gemiddeld 17.000 mensen per jaar.
En de helft van die speelbeurten spelen zich af in Utrecht. Niet in huiskamers, dat gebeurt maar incidenteel. Wel hebben we bijvoorbeeld al 200 keer in Museum Catharijneconvent gespeeld.

Maar vandaag gaat het niet over cijfers. En eigenlijk ben ik minstens zo trots op wat we de laatste jaren gemaakt hebben:
Oidipous, Medea en Antigone Unplugged.
De Classic Tour die komend jaar zijn 10.000ste brugklasser zal verwelkomen. (it sucks to be) Helena, De Maliebaanmonologen,
Ken je Klassiekers 1 (De Tragedies) en 2 (de Bijbelverhalen)
en 1600 Slag bij Nieuwpoort.
Boris, Jilles en Hiske zijn onze meest actieve acteurs. Ze spelen echt overal. Soms vier of vijf verschillende voorstellingen in een week.
In de laatste twee jaar hebben ze 400 voorstellingen voor Aluin gespeeld.Maar zoals ik al zei, genoeg cijfers. Daar hebben we ons de afgelopen maanden al genoeg mee bezig gehouden. De subsidieaanvraag voor de gemeente Utrecht 2017 tot 2020 is eergisteren ingeleverd. We kunnen volstaan met de mededeling dat Aluin er zeer goed voor staat.

We vieren graag onze verjaardag met jullie, vrienden, familie en collega’s of bevriende collegafamilie. We gaan nog meer doen dit jaar. Zo gaan we in het voorjaar een tournee door Utrecht maken langs alle wijken en hebben we in het najaar een week feest in Theater Kikker.
En dan zal zoals het er nu uitziet de allereerste voorstelling: HET weer door Frank en Gabby worden gespeeld.

Ik ben blij dat we 25 zijn geworden. Ik ben blij dat we er nog zijn en dat we nog hier in ons prachtige Villa zijn. Maar dat is niet aan mij te danken. Zonder Moon, Hanneke en Victorine had ik hier niet staan kletsen. Natuurlijk zijn de acteurs het gezicht van de groep. En ik ben ze stuk voor stuk allemaal dankbaar, al die acteurs die hun talent aan aluin hebben uitgeleend in de afgelopen 25 jaar.
Maar de organisatie is het fundament van Aluin. En dat bestaat maar uit dit hele klein team, af en toe bijgestaan door de fantastische technicus Gijs en diverse stagiaires.
Deze drie dames hebben zich de afgelopen jaren helemaal suf gewerkt aan alles wat Aluin voor elkaar heeft gekregen. Terwijl ik op de sofa lag te wachten op inspiratie.

Ik zou het dan ook heel leuk vinden als we kunnen eindigen met een daverend applaus voor Moon, Hanneke en Victorine.
Nog veel plezier vanavond.