Kiezersbedrog is van alle tijden

| Aluin

Geert Wilders is boos op Mark Rutte om zijn avances met de PvdA, Emiel Roemer is woedend op Diederik Samsom omdat hij na de openlijke vrijage met de SP gedurende de campagne, nu zijn stemmen gebruikt om te formeren met de VVD.Het gaat me er nu niet om of Rutte, Roemer of Samsom gelijk heeft of niet (Geert Wilders heeft per definitie geen gelijk), maar het campagnestof is nog niet neergedaald of de eerste beschuldigingen van kiezersbedrog zijn al geuit.Deze beschuldigingen zijn niet nieuw. In mijn favoriete politieke tragedie Coriolanus van William Shakespeare vinden er ook verkiezingen plaats. Rome, een aantal eeuwen voor de jaartelling kende uit vrees voor dictators en tirannen al een democratie. Om de zoveel tijd werd een leider (Consul) gekozen. Vaak waren dat mensen met een indrukwekkende staat van dienst in de stadstaat Rome. Coriolanus was een formidabel veldheer en daarom een logische keus als consul. Coriolanus is evenwel een tegenstander van democratie en heeft een zeer lage dunk van het volk. Hij ziet ze als laf, onbetrouwbaar en opportunistisch en daarom heeft hij grote moeite met het vragen om hun stem. Met grote tegenzin en dédain weet hij toch hun stemmen te winnen. Het volk vereert hem nou eenmaal vanwege zijn successen op het slagveld.De tribunen, dat zijn de volksvertegenwoordigers, zijn bang voor hun baantjes als volksvertegenwoordigers als Coriolanus aan de macht komt, want hij zal zich zeker als een tiran ontpoppen, die zich niets van welke inspraak dan ook aan zal trekken. De stem des volks moet nog op het marktplein bevestigd en gevierd worden. Voor die tijd proberen de tribunen Sicinius en Brutus het volk om te praten:

SICINIUS. –   Wel, hebt u deze man gekozen?

EERSTE BURGER. – Hij heeft de steun van ons, mijn heer.

BRUTUS. – We zullen bidden

dat hij jullie trouwe liefde ook verdient.

TWEEDE BURGER. – U zegt het, heer. Naar mijn bescheiden mening

heeft hij ons spottend onze stem ontlokt.

DERDE BURGER. –  Precies, hij stond ons simpel uit te lachen.

EERSTE BURGER. – Dat was geen spot. Hij praat nou eenmaal zo.

TWEEDE BURGER. – Ik denk niet dat iemand jou gelijk geeft.

Hij heeft ons schandelijk gebruikt. Had hij

ons niet zijn oorlogswonden moeten tonen.

SICINIUS. – Maar dat deed hij toch wel.

TWEEDE BURGER. – Welnee, geen mens

heeft ze gezien.

DERDE BURGER. –  ‘De wonden laat ik liever

thuis een keertje zien’ zei hij, en zwaaiend met

zijn hoed op een verachtelijke wijze

sprak hij: ‘Ik word graag consul, maar ‘t gebruik

vereist dat ik daarvoor uw stem moet vragen.

Geef dus uw stem’. Enfin, wij deden dat.

Toen zei hij: ‘Dank u voor die mooie stemmen.

Nu ik ze heb, zijn jullie niet meer nodig’.

Als dat geen hoon is weet ik het niet meer.

SICINIUS. – Maar was u dan zo blind of zo goedhartig

dat u zomaar hem uw stemmen gaf?

BRUTUS. – Toen hij nog geen macht had en een knecht was

van de staat, streed hij tegen uw belangen,

bleef hij steeds uw vijand. Kon u hem, naar

ons advies, niet zeggen dat, wanneer hij

als de leider van dit land volhardt in

zijn aversie van het volk, uw stem zich

tegen u zal keren? Is dat zo moeilijk?

U had hem moeten zeggen dat zijn daden

hem wel recht op alles wat hij wenst, verlenen

maar dat hij in ruil voor jullie stemmen

dank aan u betuigt en haat in liefde

doet veranderen.

SICINIUS. – Dan had u zijn gemoed

geraakt en zijn humeur  beproefd.  Ofwel

u had hem een belofte afgedwongen

waaraan u hem als het te pas kwam kon

herinneren. Of u had zijn drift, die zich

amper laat beteugelen, geprikkeld.

Dan zou zijn uitbarsting u overtuigen

dat u hem uw stem moest weigeren.

BRUTUS. – U zag toch zelf hoe hij met u de spot dreef

toen hij om uw gunst vroeg. Denkt u dan

dat hij u serieus neemt als hij macht heeft?

Had niet één van u het lef. Praat u beter

tegen beter weten in, dan naar ‘t verstand?

SICINIUS. – Hebt u niet eerder vragers afgewezen?

Nu geeft u zelfs als er niet om gevraagd wordt

maar gehoond.

DERDE BURGER. – Wij kunnen hem nog weigeren

Hij is nog niet benoemd.

TWEEDE BURGER. – We zullen weigeren

Ik vind er zo vijfhonderd tegen hem.

EERSTE BURGER. – Ik vijftienhonderd en dan nog hun vrienden.

BRUTUS. – Aan de slag dan nu! En vertel die vrienden

dat ze kozen voor een consul die hen

alle vrijheid zal ontnemen.

SICINIUS. – Kom bijeen,

en nu u van een scherper oordeel bent

voorzien, herroep uw ondoordachte keus.

Wijs op zijn trots, zijn afkeer van u allen,

En hoe hij als een nar het nederige

kleed droeg, en smalend om uw gunsten vroeg.

Maar in uw goedheid, denkend aan zijn daden

vergat u zijn verachtelijk gedrag,

dat door de tijden nooit veranderd is.

BRUTUS. – Geef ons de schuld maar. Zeg dat uw tribunen

u gedwongen hebben hem uw stem te geven.

SICINIUS. – Zeg dat u koos zoals door ons bevolen

en dat u niet uw voorkeur hebt gevolgd

En dat u daarom dacht dat het uw plicht was

om hem met tegenzin het consulaat

te bieden. Geef ons gerust de schuld.

BRUTUS. – Ja.

Herhaal met klem dat u dit nooit gedaan had

wanneer u niet door ons gedwongen was.

En nu; verzamel iedereen en ga

naar ‘t kapitool.

BURGERS. – Akkoord.

DERDE BURGER. –   Want iedereen

heeft spijt van deze keus.

Coriolanus is niet de eerste die een andere toon aanslaat na het krijgen van de stemmen. En zeker niet de laatste. Je zou zeggen dat je er niet mee weg komt, maar dezelfde spindocters die Samsom en Rutte vertellen wat ze moeten doen om onze stemmen te krijgen (je fors afzetten tegen elkaar) slagen er kennelijk ook in om ons te doen geloven dat het een goed idee is als ze samen gaan werken.

Shakespeare laat ons al zien hoe goedgelovig en beïnvloedbaar we zijn. In dit geval wordt het kiezersbedrog van Coriolanus, die totaal geen vertrouwen heeft in het volk, aangetoond door de tribunen. Vervolgens manipuleren zij het volk nog meer dan Coriolanus. Zij zijn de winnaars van het 2e scherm. Ze hebben het volk laten denken dat hij een slechte consul zal zijn. En als dat vaak genoeg gezegd wordt is het waar.

(Citaat uit Coriolanus van William Shakespeare, Bedrijf II scène 3, bewerking/vertaling: Erik Snel)