Eigen rechters zijn van alle tijden

| Aluin

In Het Verhaal van Orestes vermoordt Orestes zijn moeder Klytaimestra. Dat zal dus wel de ‘bad guy’ zijn. Welk kind, tenslotte, vermoordt zijn moeder? Goed, zijn moeder heeft zijn vader Agamemnon vermoordt, dat valt niet te ontkennen, maar die vader had weer Orestes’ zuster Ifigeneia vermoordt. Wie aluin een beetje volgt zal inmiddels wel tabak hebben van deze geschiedenis, maar waar het mij om gaat is de complexe combinatie van daad, schuld en boete. Als Orestes zijn moeder doodt (dat moet hij van de god Apollo omdat Orestes zijn vader moet wreken – laten we Apollo even vervangen door de rede) wordt hij achtervolgd door de wrekende geesten. Deze geesten – laten we die even vervangen door het gevoel – zijn diep verontwaardigd dat een zoon zijn moeder doodt. Tot aan de hoogste instantie achtervolgen ze Orestes. Nergens is hij veilig voor hun verscheurende gegrom. Het zijn lelijke wezens die vanuit hun schuilplaats hun boosaardige, wraakzuchtige taal op misdadigers en handlangers loslaten:

 

Wrekende Geesten:

Hij wil voor zijn daden terechtstaan, maar dat zal niet gaan. “

 

“Bloed van een moeder op de grond is moeilijk terug te geven.

Helaas, vocht op de bodem gegoten verdwijnt. “

 

In ruil moet u ons toestaan van een levende

een rode bloedkoek op te slorpen uit uw lijf.

Bij u hoop ik mijn voer te vinden.”

 

“Levend leeggezogen

voer ik u af naar beneden waar u vergelding betaalt:

de kwelling van een moedermoordenaar.”

 

Wie schone handen kan tonen wordt nooit belaagd door onze wraak,

ongeschonden komt hij door het leven.

Maar als iemand zondigt zoals deze man

en bloedige handen verbergt, treden wij op voor de doden.”

 

Apollo kan echt niet verhinderen, en de machtige

Athene evenmin, dat u verwaarloosd rond zult dolen

zonder een spoor van vreugde in uw hart te ontdekken.”

 

“elke sterveling die de dwaasheid begaat

vervolgen tot hij onder de aarde verdwijnt.

Welk mens voelt daarvoor dan geen angst en ontzag,

als hij de oeroude wet van mij hoort, die bepaald is door het lot

en door goden bekrachtigd? “

 

Dit is van oudsher mijn privilege en ongeëerd ben ik niet,

al heb ik mijn post dan onder de aarde, in het duister

waar het zonlicht niet komt.”

 

Die hoogste instantie bestaat nog niet maar wordt ter plekke uitgevonden door de godin Athene. Zij is wijs. En van wijsheid naar rechtspraak is maar een kleine stap. Omdat zij zelf geen moeder heeft gehad maar uit het hoofd van haar vader Zeus geboren werd is zij op de hand van Orestes en spreekt hem vrij. Dit lijkt op totale willekeur en zo reageren de wrekende geesten ook. Ze zijn woedend en vliegen Athene aan die de grootste moeite heeft om ze tot de orde te roepen. Uiteindelijk weegt het einde van de wraakgeschiedenis zwaarder dan de dood van een moeder. Er moest een eind aan komen en dan is dit de best denkbare oplossing, volgens Athene. Dit is typisch zo’n situatie die een appèl doet op ons rechtvaardigheidsgevoel. We kunnen verstandelijk wel begrijpen dat het straffen van Orestes niets oplevert, maar het kost ons moeite een moord op een moeder te vergeven. Regelgeving versus gevoel. Dit derde deel van de Oresteia is dan ook een lastig stuk om te verbeelden. Maar er zijn meer lastige situaties in het klassieke repertoire: Medea vermoordt haar kinderen en komt er mee weg. Het kind Ifigeneia wordt geofferd en de goden belonen de daders. Recht en onrecht worden niet eenvoudig gepresenteerd bij de Grieken. Waarschijnlijk zijn ze daarom nog zo levend, omdat ze ons aan het denken zetten.

 

Robert M. staat terecht voor inmiddels bewezen en zelfs toegegeven misdaden.

Het druist in tegen elk gevoel voor rechtvaardigheid dat zijn advocaat voor bijna alle aanklachten vrijspraak vraagt. Hij beroept zich op de aanname dat het bewijs onrechtmatig verkregen is. En daar lijkt hij een punt te hebben. Robert M. is de grootste nationale boef en als hij vrij zou komen dan zijn er voor ons – niet of nauwelijks criminele burgers – geen zekerheden in het leven. Lees de reacties op het nu.nl forum en je beseft dat er duizenden eigen rechters klaar staan om op ongezouten wijze ‘recht’ te spreken als M. vrijkomt. In die reacties krijgen ook de advocaten er flink van langs. De wrekende geesten staan klaar om vanuit hun schuilplaats hun boosaardige, wraakzuchtige taal op misdadigers en handlangers los te laten:

 

“Misschien is deze advocaat ook wel een pedo. Je weet maar nooit.”

 

” onrechtmatig verkregen bewijs” natuurlijk zijn er gelukkig regels en wetten maar om dit soort beesten definief op te bergen en veroordeelt te krijgen dan gled er maar een wet ” het doel heiligt de middelen”

 

“DOODSTRAF GDVRRRR!!!! “

 

“De rieken zijn weer geslepen en de brandstapel ligt al klaar. Zoals ik al eerder betoogde, hij komt vrij op vormfouten en wordt buiten de rechtbank opgewacht door het volk. Prima, mag ook. Als het rechtsysteem hem niet binnen weet te houden en weet te veroordelen, dan doen we het zelf.”

 

“Advocaat ook vastzetten op verdenking van pedofilie… “

 

“Het moet niet gekker worden in deze wereld!!!!!!!! Opknopen die gast.”

 

“Als hij ooit vrij komt is hij van mij. Hij zal lang leven maar zal smeken om dit leven te verlaten.”

 

“Robert M behoort de doodstraf te krijgen, als toegift zou het mogelijk moeten zijn om de verdedigers in deze zieke zaak levenslang te geven, wanneer je een stuk vuil als Robert M verdedigen wil moet je ook door en door verrot zijn.”

 

“Van mij mogen ze hem vrijspreken , en op zaterdagmiddag in het centrum van Amsterdam loslaten .”

 

En dan zijn er nog veel reacties verwijderd omdat ze te grof waren. Is de rechtstaat een relatief nieuw speeltje waar we nog iets te klein voor zijn? Of is juist de rechtspraak uitgevonden tegen onze wraakzucht? Ons rechtvaardigheidsgevoel is in elk geval vaak strijdig met de uitspraken van een rechtbank. En eigenlijk is dat ook niet gek als je opgroeit met film en TV. Als je meeleeft met helden als Jack Bauer, die nog nooit iets volgens de letter van de wet heeft gedaan. 24 was geen succesvolle serie geweest als Bauer een keurige, principiële agent was. Een film kan niet slagen als de echte regels van de rechtspraak gevolgd worden. In het geval van Robert M. The Movie zou dat betekenen dat M. tegen de zin van een woedende menigte in voor bijna alles wordt vrijgesproken en voor het enige te bewijzen delict een jaar celstraf krijgt. En daarmee eindigt dan de film. Nee, dat zou niet werken.

 

Een commercieel kansrijker scenario zou zijn: M. wordt vrijgesproken door de domste rechters die het ooit tot filmpersonage hebben geschopt. Ze hebben gokschulden, ze zijn vergeetachtig en klunzig en ze hebben pizzavlekken op hun toga. Een sluwe en gevoelloze advocaat (geld- en mediageil en HIJ ROOKT) heeft de zaak gewonnen en daar staat hij dan: Robert M., knipperend tegen het felle daglicht, met zijn koffertje op de stoep. Aan de overkant van de straat rijdt een kleuter op een step. De pupillen van M. worden groter. Een moeder roept het kind binnen. Even gebeurt er niets. Een gruwelijke slachting door een massa woedende hyenapapa’s en mama’s is te makkelijk, zal de regisseur gedacht hebben. “Er moet wel iets geleerd worden.” Een auto stopt. Een deur gaat open. De held van de film – uiteraard een moeder van een van de kinderen – wil het monster opvoeden (“want wie niet in vergeving en verzoening gelooft, die is al dood”) en neemt hem mee naar een inrichting waar kinderen verblijven die zijn misbruikt. Ze spelen niet. Ze zijn bleek, angstig en mijden alle intimiteit. Hun holle ogen kijken niet. Ze zijn murw. Robert M. is timide en schrikt ervan. Daar schrikken wij dan weer van: Toch een mens?

 

Hij moet huilen, durft dat niet te laten zien, loopt naar de WC en wordt gezien door een administratieve kracht die in dat instituut werkt uit rechtvaardigheidsgevoel. Deze denkt de duivel zelf, in levende lijve, te aanschouwen en bedenkt zich niet. Hij bindt M. vast aan de waterleidingbuizen, scheurt de broek van zijn kont en stopt de steel van een zwiffer snoeihard in z’n kont. “Zo voelt dat dus!” schreeuwt hij. M. bloedt leeg en schreeuwt het uit: “Het spijt me zo!”. De administratieve kracht loopt de gang op en roept de hele afdeling om te kijken hoe M. aan het spit geregen is en langzaam sterft. De heldin van het verhaal slaat haar handen voor haar ogen. Tragische muziek begeleidt de scène – we mochten de makers eens van wraaklust betichten (later kwam er veel kritiek op deze scène omdat hij wat weg had van de kruisiging, misschien toch niet verstandig om juist hier een requiem te gebruiken) en het beeld zoemt uit en dwaalt door de stad langs de kinderdagverblijven waar weer vrolijk gespeeld wordt en komt uit bij een torenflat. De camera beweegt langs keurige huiskamers helemaal naar boven waar de sluwe advocaat zijn luxe penthouse bewoont. Ons oog loert door de schuifpui naar binnen en we zien dat hij behalve een verdomd goeie fles malt whisky geen vrienden heeft. En zo hoort dat. Niet omdat hij een slechte advocaat is, integendeel. Omdat hij een gevoelloos mens is. Daarom kan hij Robert M. verdedigen. Daarom heeft hij geen vrienden of familie. Aftiteling en klaar voor de Academy Awards.

 

Het recht heeft gezegevierd. Niet het recht van de wetboeken, maar het recht zoals recht gevoeld wordt. Dat die twee soms erg weinig met elkaar te maken hebben blijkt uit de stem van het volk. Als je op dit moment een bindend referendum houdt over de doodstraf, zal deze waarschijnlijk moeten worden aangenomen. Het is heel moeilijk om de rechten van het individu en die van de samenleving tegelijk te kunnen dienen. Wat zou er gebeuren als de politie dankzij deze zaak voortaan op elk moment je laptop in beslag kan nemen.

 

We kunnen verstandelijk wel begrijpen dat het vonnissen van Robert M. met vals verkregen bewijs niet goed is, maar het kost ons de grootste moeite een kinderverkrachter vrij te zien komen. Regelgeving versus gevoel. Daar hebben we altijd moeite mee gehad. Regering, rechtspraak, arbitrage, alles wat we overlaten aan deskundigen die rationele beslissingen nemen staat ter discussie. Wraak moet zoet zijn. Het onrecht moet worden verdelgd met een hartstochtelijke aanpak die ons een haast orgastisch genoegen bezorgt. De Amerikaanse film is ons voorbeeld. Het Griekse theater is wijzer.