Een respectabel man is van alle tijden.

| Aluin

Mijn volk, liefhebbers, vrienden, hoor mij aan.

Begraven kom ik het theater, niet het prijzen.

Het kwaad dat mensen doen leeft na hen voort,

Het goed wordt vaak begraven met hun botten.

Zo gaat het ook met het theater. De goede Halbe

Heeft gezegd, dat het een linkse hobby is,

Als dat zo is, is dat een zware fout,

En zwaar moet het theater daarvoor boeten.

Hier, met verlof van Halbe en zijn vrienden,

Want Zijlstra is een respectabel man,

Dat zijn zij allen, respectab’le mannen,

Kom ik bij ’t lijk van het theater ‘n rede houden.

Theater was mijn passie, toegank’lijk steeds en gul.

Maar Halbe zegt, dat het zo ontoegank’lijk was,

En Halbe is een respectabel man.

Theater bracht veel horeca naar onze stad.

Hun handel heeft de schatkist aangevuld:

Kan dit met ontoegan’klijkheid gepaard gaan?

Meer mensen togen naar de kunsten dan naar voetbal.

Is “Ontoegankelijk” dan wel het juiste woord?

Maar Halbe zegt, dat het zo ontoegank’lijk is,

En Halbe is een respectabel man.

U allen zag hoe op het Uitfeest

Het volk in drommen van de kunst genoot

En niemand werd geweigerd. Is dat ontoegankelijk?

Maar Halbe zegt, dat het zo ontoegank’lijk is,

En, ja, hij is een respectabel man.

Ik wil wat Halbe zei hier niet weerleggen,

Maar sta hier om te zeggen wat ik weet.

U allen hield van het theater, – en niet zonder reden.

In naam der Goden wat is dan de reden

Die u weerhoudt om nu om haar te rouwen?

Mijn hart is daar bij het theater in de kist,

Ik kan alleen maar wachten tot het terugkomt.

 

©Erik Snel, Utrecht, 2011

 

(Toespraak naar aanleiding van het voornemen van Halbe Zijlstra om de theatergeschiedenis te vernietigen middels het stopzetten van de subsidie voor het Theater Instituut Nederland (T.I.N):             

Vrij naar de begrafenisrede van Marcus Antonius bij het lijk van Caesar. Uit Julius Caesar van William Shakespeare, vertaald door mijzelf in 1999.