Een oorlog uitlokken is van alle tijden

| Aluin

De inzet van chemische wapens in Syrië lijkt bewezen. Het lijkt ook duidelijk dat het een bevel van Assad was. Hij heeft gifgas gebruikt om zich van de rebellen te ontdoen. Toch vinden velen dat onwaarschijnlijk. Hij kan rekenen op verwoestende sancties en de wereld kijkt toch al op zijn vingers. Zo dom kan hij toch niet zijn? Dus wordt er druk gespeculeerd over samenzweringen en complotten.

Een theorie is dat de rebellen het gifgas tegen hun eigen mensen hebben ingezet om Amerika te verleiden de oorlog aan Assad te verklaren. Een andere is: Rusland zou het hebben gedaan om een conflict in Syrië met Amerika uit te vechten. Een derde: De CIA zit er achter om een gewapend conflict mogelijk te maken, Israël zou de strijd uitlokken om z’n buren te verzwakken, Assad zou het wel gedaan hebben, maar omdat iedereen zou denken dat hij gek zou zijn als hij dat zou doen zou men hem dan toch weer niet verdenken en tot slot kan het ook een opzetje van de pro-rebellen pers zijn.

Het gevolg is in elk geval dat er straks weer enthousiast met militair machtsvertoon ingegrepen kan worden. Er zullen nieuwe snufjes en verbeterde versies van eerdere uitvindingen te bewonderen zijn, de oorlogsindustrie draait op volle toeren en biedt volop werkgelegenheid en we zullen weer eens zien wie de baas is in de wereld. Oprecht of opzet? Is het gifgas net zo’n aanleiding als de massavernietigingswapens in Irak?

Nu is oorlog natuurlijk van alle tijden. Maar ook de gecreëerde oorlog is zo oud als de wereld.

Zoals u weet zijn de Bijbelverhalen inmiddels ingekapseld in het klassiekersdomein van Aluin en ik zal een van onze favoriete personages, onze Lieve Heer, aanhalen om de stelling van de maand kracht bij te zetten: “Een oorlog uitlokken is van alle tijden.”

In het schrijven van Ken je Klassiekers 2 (De Bijbel)kwam ik erachter dat veel Bijbelverhalen heel anders zijn dan ik me van de lagere school en de zondagsschool kan herinneren. De verhalen zijn rijker, complexer en zeker ook grimmiger en onrechtvaardiger dan ik destijds heb meegekregen. De God van het Oude Testament is een wrede God die zich nog ernstig moet bewijzen. Om dat te bereiken creëert hij regelmatig tegenstand voor “zijn volk” van Israël, waarna hij met zijn wraakzuchtige kunsten kan smijten.

Het Bijbelboek Rechters 13 vers 1 begint zo:

Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde de HEER hen veertig jaar lang over aan de Filistijnen.

Toe maar! Aan de vijand!

In die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere Manoach, die tot de stam Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen. Op een dag verscheen bij haar een engel van de HEER. ‘Tot nu toe was u onvruchtbaar en hebt u geen kinderen gekregen,’ zei hij. ‘Maar nu zult u zwanger worden en een zoon baren. Hij zal een begin maken met de bevrijding van Israël uit de greep van de Filistijnen.

Goed, deze zoon was dus Simson, vrijheidstrijder tegen de Filistijnen waar de Heer zijn volk eerst aan heeft uitgeleverd. In Rechters 14 is Simson al wat ouder:

Op een keer ging Simson naar Timna. Daar viel zijn oog op een Filistijns meisje. Maar zijn ouders zeiden: ‘Waarom zoek je een bruid bij die onbesneden Filistijnen? Er is onder de dochters van je verwanten toch wel een vrouw voor je te vinden, of in elk geval onder de meisjes van ons eigen volk.’ ‘Nee, vader,’ antwoordde Simson. ‘Dit meisje moet u voor me vragen, want zij bevalt me.’ Zijn ouders wisten niet dat het de HEER was die hierop aanstuurde, omdat hij een aanleiding zocht om de strijd met de Filistijnen aan te gaan. De Filistijnen waren in die tijd namelijk heer en meester in Israël.

De Filistijnen waren in die tijd namelijk heer en meester in Israël??? Ja, daar had onze lieve Heer zelf voor gezorgd. In Exodus 6 en 7 is Hij overigens nog schaamtelozer in zijn aanpak.

Deze Aäron en Mozes waren het aan wie de HEER de opdracht gaf om de Israëlieten, in groepen geordend, uit Egypte te leiden. Deze Mozes en Aäron waren het die de farao, de koning van Egypte, toestemming vroegen om de Israëlieten uit zijn land weg te leiden. Toen de HEER zich in Egypte tot Mozes richtte, zei hij: ‘Ik ben de HEER. Alles wat ik tegen je zeg, moet je overbrengen aan de farao, de koning van Egypte.’

Mozes antwoordde: ‘Ik kom zo moeilijk uit mijn woorden, de farao zal niet naar me luisteren.’

Maar de HEER zei: ‘Ik zal ervoor zorgen dat jij als een god voor de farao staat, en je broer Aäron zal je profeet zijn. Jij moet Aäron alles zeggen wat ik je opdraag, en hij moet het woord voeren en de farao vragen de Israëlieten uit zijn land te laten vertrekken.

En dan zegt hij het gewoon:

Ik zal ervoor zorgen dat de farao hardnekkig weigert, en ik zal in Egypte veel tekenen en wonderen verrichten. Ook dan zal de farao niet naar jullie luisteren. Daarom zal ik de Egyptenaren mijn macht laten voelen en hen zwaar straffen, en ik zal mijn volk, de Israëlieten, in groepen geordend uit Egypte leiden. De Egyptenaren zullen beseffen dat ik de HEER ben, als ik mij tegen hen keer en de Israëlieten bij hen weg leid.’

Mozes en Aäron deden alles wat de HEER hun opdroeg.

Dus er kan niets meer mis gaan. We gaan lekker oorlog voeren. Kom maar door met de Special Effects, lieve Heer. Laat maar eens zien wie de baas is. En zo is God weer eens de militaire inspiratiebron voor de Amerikanen in hun strijd tegen alle Filistijnen in de wereld. Lees de Bijbel en je begrijpt de wereld een stuk beter.