Zorg voor de doden is van alle tijden

| Aluin

Botresten uit de jungle van Panama vertellen de ouders dat hun dochters zijn gestorven. Hulpverleners moeten ervoor zorgen dat de lichamen van de slachtoffers van een vliegramp terug naar het moederland komen. Families vragen om de lichamen van onthoofde journalisten. Het nieuws staat de laatste tijd in het teken van het bergen van slachtoffers. Soms om de tragische zekerheid te krijgen, soms om erachter te komen wat er gebeurd is. Soms om een ritueel uit te kunnen voeren om de gestorvene (en onszelf) rust te kunnen geven. Om er een punt achter te zetten.

Zand erover

De gestorvene rust te geven is een spiritueel ritueel. We weten immers niet zo veel van wat er met ons gebeurt na de dood. Als ons lichaam niet compleet begraven is blijven we dan de overlevenden lastig vallen om ons dode lichaam compleet te maken? Als we onze lever of hart doneren, zitten we dan harteloos in het hiernamaals of kunnen we daar geen biertje meer drinken? Als de oorzaak van de dood onopgelost is blijven we dan rondspoken totdat de zaken zijn afgehandeld? Als er duistere dingen zijn gebeurd in een huis blijven we dan als geschokte geesten de komende bewoners plagen met klapperende deuren, piepende treden en tot leven komende meubels?

Begraven

We moeten kunnen begraven. Mensen, maar ook zaken. Afronden en tot rust brengen. Er wordt weleens gezegd dat we een beschaving herkennen aan de zorg voor de doden. Of voor de dieren (afhankelijk van je politieke voorkeur). Het is in elk geval een van de zeven werken van barmhartigheid, zoals ook te zien in de expositie “Ik geef om jou” in het Utrechtse Catharijneconvent vanaf 12 september. Aluin werkt al een tijdje samen met het museum en ook in deze expositie duiken onze acteurs weer op. Maar dat terzijde.

Antigone

In Antigone van Sofokles is het begraven van de doden aanleiding voor een gruwelijk conflict. De twee broers van Antigone vochten tegen elkaar. Eteokles voerde het vaderlandse leger aan. Polyneikes dat van de vijand. Uiteindelijk doodden ze elkaar in een tweegevecht. Eteokles is de held, Polyneikes de landverrader. Zijn lichaam mag van koning Kreon niet begraven worden.

Antigone

“Eteokles heeft hij, zegt men, de voorschriften

van wet en recht eerbiedigend, onder de grond

geborgen zodat hij beneden wordt geëerd,

maar het lijk van de arme Polyneikes in een graf

te leggen is verboden, zeggen ze, en ook

dat er een weeklacht klinkt. Men moet hem onbeweend

en onbegraven aan de gieren laten die

een verse voorraad zien om zich te goed te doen.

Antigone vecht dit besluit aan en wanneer ze toch een handje grond over het lijk gooit wordt ze opgepakt. Kreon eist berouw, maar Antigone houdt vast aan haar gelijk. Haar geweten staat boven de wet. Ze beroept zich op het gezag van de goden dat verheven is boven het aardse gezag.

Kreon

En dan bestond je het ertegenin te gaan?

Antigone

Ja, het was Zeus niet die mij dat verboden had.

En ook de rechtsgodin die onder de aarde woont

heeft zulke wetten voor de mens niet vastgesteld.

En uw geboden hebben, dacht ik, niet zo’n kracht

dat je als mens tegen de ongeschreven en

onwankelbare wet van goden in kunt gaan.

Want die is niet van nu of gisteren, maar leeft

altijd al, niemand die weet wanneer hij is ontstaan.

En ik ging niet, uit angst voor het oordeel van een mens,

door deze wet voor een goddelijke rechtbank staan.

Kreon probeert Antigone tot de rede te brengen door haar daad: het begraven van de bad guy niet te zien als vroomheid en zusterliefde maar als actie tégen de good guy.

Kreon

Was hij die viel door hém niet ook een bloedverwant?

Antigone

Zoon van dezelfde vader en én moeder, ja.

Kreon

Waarom dan voor die ander goddeloze eer?

Antigone

Zo zal de overledene niet oordelen.

Kreon

Als jij de goddeloze net zo eert als hem?

Antigone

Het was geen slaaf die is gestorven, maar zijn broer.

Kreon

Die het land verwoestte dat door hém verdedigd werd.

Dit conflict loopt natuurlijk steeds hoger op naarmate het lichaam van de dode broer langer in het zicht van de levenden ligt te rotten. Niet omdat het nou eenmaal een tragedie is, maar omdat het een conflict is tussen het grijpbare en het ongrijpbare. Tussen eerbied voor de dood en eerbied voor het levende gezag. Tussen gevoel en ratio. Kortom van twee werelden waartussen geen compromis lijkt te bestaan.

Antigone

Toch heeft de Dood behoefte aan dit ritueel.

Kreon

De goede niet aan iets wat ook de slechte krijgt.

Antigone

Wie weet of daar beneden deze schuld vervalt?

Kreon

Nooit wordt een vijand, ook niet na zijn dood, een vriend.

Antigone

Nooit samen haten, samen liefhebben wil ik.

Kreon

Ga dan maar naar beneden als je lief moet zijn.

En houdt van hén.

Vanuit een klinisch perspectief is dood het stoppen van leven. De houdbaarheid is verstreken. De batterij is op. Er is geen ziel, geen hiernamaals, geen hemel of hel. Alleen een levenloos lichaam. Uit esthetisch en hygiënisch oogpunt is het verstandig om het niet te laten liggen, maar als er gezagswinst valt te halen door het als voorbeeld te tonen dan kan dat natuurlijk. En zoals wel vaker –zeker in tragedies – heeft de ratio het niet alleen voor het zeggen. Met de dood valt niet te spotten. Ook de blinde ziener is het niet eens met de koning:

Teiresias

Kom, spaar de dode, steek in een gestorvene

geen speer. Wat is er sterk aan het doden van een lijk?

Teiresias vertelt dat elk altaar is besmet door gieren met het vlees van de dode broer zodat de goden geen offers meer ontvangen. Maar Kreon, die zich juist liet voorstaan op zijn rede en niet zwicht voor het spirituele of onbenoembare, is volkomen versteend geraakt in zijn eigen gelijk en verliest daarmee zelfs zijn rationele oordeel.

Kreon

U moet wel weten dat de al te starre geest

als eerste valt.

Hij ziet niet in dat hij niet haar maar zichzelf beschrijft en daarmee zijn ondergang tekent. In dit stadium gaat het allang niet meer om eerbied of wet, het conflict is zo groot dat er geen weg meer terug is. Sofokles, die zeer gelovig was laat Kreon ernstig gestraft worden door de goden. Hij heeft ze beledigd en hij zal boeten. De doden dient men te begraven. De goden dient men te eren. Kreon leert dat door allerlei rampspoed en vervloekt zichzelf.

Kreon

Oh hardvochtige, dodelijke fouten

van een hersenloos verstand.

(…)

Ach, ach, nu heb ik het begrepen, vreselijk.

(…)

Waarom trof iemand niet

met een scherp snijdend zwaard

mij vol in de borst.

Wel vaker trekt de onredelijke rationalist in de oeroude verhalen aan het kortste eind. Wat betreft de eerbied die we voor de dood dienen te hebben zijn wij stervelingen het vaak eens met de opgevoerde goden. Een levenloos lichaam ervaren we nog steeds als een mens. We zien in het lijk de vader, het kind, de vrouw die het kort daarvoor nog was. We leven ons in. Beelden van brute onthoofdingen schokken ons. Natuurlijk is dat een open deur, maar eigenlijk is de situatie vóór het voltrekken van het vonnis voor het slachtoffer veel erger. Gruwelijke foto’s van lijken in de krant en op internet roepen verzet op. Grafschendingen en massagraven doen ons walgen. Of we nou in goden geloven of niet, in een leven na de dood of niet, bijna niemand vindt dat je met een gestorvene om mag gaan alsof het lichaam niet alleen levenloos maar ook zielloos is.

Kreon verloor alles wat hem lief was voordat hij tot inkeer kwam. Of kwam tot inkeer omdat hij alles verloor wat hem lief was. In elk geval zat er ergens in die starre geest een ziel die kon huilen.

(Antigone van Sofokles zal door Theatergroep Aluin gespeeld worden in 2015 en 2016. De prachtige vertaling, waaruit hierboven geciteerd wordt,  is van Gerard Koolschijn.)